Hier kan je de basis van een gitaar zien.
Even vertellen hoe je een gitaar speelt:
Op de gitaar zitten 6 snaren. Deze 6 snaren hebben elk een eigen klank, E A D G B E (van boven naar beneden). Dit zijn de losse snaren. Om te onthouden waar welke snaar zit is er een ezelsbruggetje. Een Aap Die Geen Bananen Eet.
Je kan losse noten aanslaan, maar als je je vingers erop zet krijg je andere noten. Met meerdere vingers op meerdere snaren meerdere noten maken, zo kun je groepsnoten maken. Deze groepsnoten noemt men akkoorden. Om je vingers op de goede plek van een noot te zetten hebben ze op de hals stukjes ijzer gezet.
Deze ijzertjes noemen ze fretten. Daarmee kan je makkelijk de noten vinden. Vroeger waren de snaren meestal van kattendarm gemaakt. Nu zijn ze van nylon of staal. Nylon snaren zijn meestal goedkoper en slijten minder snel. Ook het geluid van stalen snaren en nylon snaren is verschillend. Bij traditionele gitaren waren de snaren met schroeven bevestigd. Bij moderne gitaren zijn de snaren in een tandwieltje gedaan en dat moet je ze opdraaien.
De snaren kun je bespelen met je vingers, maar het kan ook met een plectrum.
Als je gitaar gaat spelen kan je muziek van een muziekblad spelen. Er zijn twee verschillende muziekbladen. Een met noten er op en een muziekblad die in tabulatuur staat.
Tabulatuur is een voor een specifiek muziekinstrument (voornamelijk gitaren) aangepast muziekschrift. Door het instrument zoveel mogelijk op papier na te bootsen sluit tabulatuur vaak beter aan op het instrument dan de standaardmuzieknotatie.
Hier is een video over hoe je de basis moet spelen: